Witsenhuis, Amsterdam
Witsenhuis, Amsterdam

Opinie

Moving Rooms

01-10-2009

 

Een treffende vertaling is soms lastig te vinden. 'Verplaatste interieurs' benadert de betekenis aardig, maar 'Moving Rooms' is meer dan dat: het verplaatsen zelf maakt wel degelijk deel uit van dit begrip. De Engelse architectuurhistoricus John Harris behandelt in zijn boek 'Moving Rooms' de handel en wandel van talloze interieurs en interieuronderdelen, met name van en naar het buitenland en Amerika in het bijzonder.

Ook in ons eigen land worden we omringd door verplaatste interieurelementen. Talloze in monumenten gevestigde musea, grachtenpanden en 'last but not least' kastelen en buitenplaatsen bevatten stijlkamers en andere onderdelen die ooit elders een eerder leven hebben gehad.

Dit is niet iets van vandaag of gisteren, dit is een eeuwoud fenomeen. In de tweede helft van de 18de eeuw bijvoorbeeld worden via talloze krantenadvertenties de meeste uiteenlopende gebouw- en interieuronderdelen uit te slopen panden aangeboden: Al wie genegen is uit der Hand op een Afbraak te kopen .... Toen floreerde de handel in tweedehands bouwmaterialen. Het gros van deze interieuronderdelen zal in eigen land zijn hergebruikt, vaak in de directe omgeving. Ook in de 19de en 20ste eeuw zijn vele interieuronderdelen van onderdak gewisseld. In de 21ste eeuw is op dit punt geen breuk met de traditie te verwachten: de handel in tweedehands bouwmaterialen bloeit, zelfs gehele interieurs worden aangeboden en toegepast, monumentwaardig of niet.

Gedurende de laatste decennia hebben enkele musea bijzondere interieuronderdelen kunnen verwerven. In 1995 verwierf het Rijksmuseum bijvoorbeeld de grote monumentale marmeren schouwpartij gemaakt door J.B. Xaverij, afkomstig uit het huis Rapenburg 48 te Leiden. Deze bijzondere schouw was gedurende enkele decennia uit het zicht verdwenen, en bleek via wereldwijde omzwervingen in Zuid-Amerika te zijn beland. Het Groninger museum kocht in 1998 een serie unieke vroeg 18de-eeuwse interieurschilderingen door de Groningse schilder Herman Collenius, dit keer in de Verenigde Staten. Datzelfde jaar verwierf 'Simon van Gijn-Museum aan huis' te Dordrecht de uitzonderlijke 17de-eeuwse goudleerkamer uit het Huis de Rosijnkorf, een kamer die elders vanaf het begin van de 20ste eeuw aan het zwerven was geraakt.

Aanzienlijk is het aantal verplaatste interieuronderdelen in kastelen en landhuizen. De inrichting van kasteel Marquette te Heemskerk is grotendeels afkomstig uit het naburige slot Assumburg. Kasteel Heeswijk bevat onder meer betimmeringen, wandbespanningen en een indrukwekkende betegeling van elders die daar in de loop van de 19de eeuw zijn ingepast, terwijl in Huis Verwolde de werkkamer van de architect M.A. van Nieukerken (1879-1963) na diens dood is ingebracht. De laatste had overigens, evenals zijn vader en zijn broer, het toe- en inpassen van oude interieuronderdelen tot karakteristiek element van zijn oeuvre gemaakt.

Dat eenmaal zwervende interieuronderdelen op deze manier in eigen land een nieuw leven en identiteit hebben gekregen is fantastisch. Maar eigenlijk zou het natuurlijk nooit zover hebben mogen komen: dit soort zaken hoort op de plek waarvoor het is gemaakt, hoe moeilijk het behoud daarvan soms ook lijkt.

 

Eloy Koldeweij