

01-10-2008
Begin september kregen begunstigers van de Stichting de kans om binnen te kijken in Huizinghe 'De Loet' in Den Bosch waar antiquair en kunst- en porseleinverzamelaar Clemens van der Ven met zijn echtgenote woont. Directe aanleiding voor deze studiemiddag was het indrukwekkende boek dat de heer Jan van Oudheusden over dit pand en zijn geschiedenis schreef.
Toen de Van der Ven's in 1972 De Loet kochten, kregen ze daarbij een schoenendoos met oude documenten overhandigd, behorend bij het huis. Na ordening bleek dit een vrijwel onafgebroken reeks akten van aan- en verkoop van dit huis te zijn, beginnend in 1497. Archivalisch onderzoek heeft deze tijdslijn verder terug kunnen brengen tot 1361. De toenmalige bewoonster is de eerste bij naam bekende bewoonster Mette de Loet, de naamgeefster aan het pand. Uit deze late Middeleeuwen is op dit moment in het huis weinig meer terug te vinden. De gevel van het pand waar wij op deze mooie nazomerdag zeer gastvrij werden ontvangen, dateert uit het tweede kwart van de 19de eeuw, de interieurafwerking is geheel 20ste-eeuws. Voor mij, geboren en getogen in Den Bosch, was het een bijzondere ervaring. Dit prachtige pand in de Peperstraat bleek het huis te zijn waarin vroeger de familie De Gruyter - van het kruideniersconcern - woonde, die er na veel verschillende eigenaren en huurders en ook na veel veranderingen en nieuwe aankoop van naastgelegen panden in de 20ste eeuw eigenaar van werd. Een van de dochters was een klasgenootje van mij en in mijn jeugd was ik er wel eens binnen geweest, maar herinnerde mij er weinig van. Wel de hoge plafonds (duur stoken zoals mijn moeder in de jaren '50 opmerkte) en dat het nogal donker was.
De interieurs in De Loet zijn grotendeels bij de grondige verbouwing in 1930 in opdracht van Lodewijk de Gruijter tot stand gekomen. In het middengedeelte van de bijzondere driedubbele kamer-en-suite, omringd door de prachtige porselein- en zilververzameling, vertelden Van Oudheusden en Clemens van de Ven zelf hoe het imposante interieur tot stand is gekomen. De rijke notenhouten art deco-achtige betimmeringen die De Gruijter in 1930 door de Rotterdamse interieurfirma Allan, gespecialiseerd in luxe betimmeringen voor schepen, had laten aanbrengen, hebben de Van der Ven's gerespecteerd en op opmerkelijke wijze ingepast in de door hun geliefde Daniël Marot-stijl. Over de zware wandbespanningen van Velours d'Utrecht zijn zijdebrokaten naar ontwerp van Marot aangebracht, waarvoor de kartons geleend werden van Paleis Het Loo. Een pronkstuk in de eetkamer is een naar een vroeg 18de-eeuws model ontworpen buffet waarop diverse stukken blauw-wit porselein staan uitgestald.
Na het drinken van een kopje thee buiten, in de 'onvoorspelde' zomerzon, terwijl het unieke in Meissen vervaardigde porseleinen carillon op het balkon van het tuinhuis een deuntje speelde, vertelde de Bossche stadsarcheoloog Ronald van Genabeek over het 'Keizershof', in de 16de eeuw het rijkste huis van de stad waar de elite van Brabant woonde; en over de wooncultuur van de 16de-eeuwse elite in 's-Hertogenbosch waar hij onderzoek naar doet. Een waar verlies dat dit pand in 1871 is afgebroken.
Na afloop van de lezingen waren we ook boven welkom, in de nog originele jaren '30 badkamer met de met de hand gemarmerde (en gesigneerde) wanden; en in de bibliotheek waar de wanden en kasten ook uitgevoerd zijn in faux marbre en faux bois. Maar misschien wel de grootste verrassing was het kleine tussenkamertje dat recentelijk geheel is 'ingericht' als kunstkabinet. Hierin bevindt zich op de ene wand een uitstalling van veel kostbaar porselein en na voorzichtig omdraaien kan aan de andere zijde het paleis van August de Sterke in miniatuur bewonderd worden. Tot slot konden we in de fraai betegelde keuken van een drankje en een hapje genieten; ook hier is weer porselein aanwezig waarbij de 18de-eeuwse chinees blauwe borden nog regelmatig gebruikt worden om van te eten.
Voor ik De Loet verliet, heb ik nog even teruggekeken in de grote kamer voor een laatste herinnering. Plotseling miste ik in dit rijke interieur toch nog iets: een meubelstuk van 'vroeger', namelijk de stoel uit de jeugd van onze gastheer met zijn naam erop: Clemens. Ik herinnerde me de lange eetkamer in het huis waar hij is opgegroeid, boven de bontzaak van zijn ouders op de Markt. Daar stonden om de grote tafel de eikenhouten stoelen met daarop de namen van alle kinderen. Ook toen al indrukwekkend. Ik heb genoten van het bezoek aan dit bijzondere huis en ook van de zeer interessante lezingen.
Marianne Hulsman-Lautenslager