

10-11-2000
In het Snouck van Loosenhuis te Enkhuizen hield onze stichting op 10 november 2000 haar eerste studiedag. Dit huis met zijn bijzondere interieur staat al enkele jaren leeg. Het heeft ruim een eeuw gediend als huisvesting voor dames op leeftijd. De vereiste voorzieningen voor eventuele verpleegzorg leidden - ondanks hevige protesten van de bewoonsters, het personeel en de stichting die het huis beheert - tot sluiting in 1999.
De problematiek van herbestemming en behoud van het interieur werd tijdens deze studiedag door een keur van sprekers in een breder kader geplaatst. De gastheer Mr. W.F. Van Leeuwen en Dr. E.F. Koldeweij van monumentenzorg behandelden de historische en kunsthistorische kant. De Noord-Hollandse gedeputeerde E. Neef, belast met bejaarden- en Monumentenzorg, sprak over de wrijvingen tussen deze twee zorgvelden, die de sluiting van het huis had veroorzaakt. Prof. dr. P.J. Klopper, oud-regent van verpleeghuis de Wittemberg te Amsterdam, vertelde over vergelijkbare gevallen elders. Mr. W. Eggenkamp van nv Stadsherstel te Amsterdam adviseerde om een zinvolle en duurzame herbestemming van monumenten gedegen te overdenken.
In 1885 liet Maria Margaretha Snouck van Loosen, laatste telg van het
geslacht, haar familiehuis na aan een nog op te richten Snouck van
Loosenstichting. Deze stichting moest van het huis een tehuis maken
voor zes of acht ongehuwde vrouwen of weduwen uit den fatsoenlijke
stand, geene kinderen ter hare last hebbende. De stichting liet het
huis eerst opmeten. Het eigenlijke huis was gebouwd in 1742 door Dirk
Semeyns Loosen. Diens erfgenaam heeft rond 1790 een aangrenzend perceel
erbij getrokken en liet aan de achterkant een uitbreiding bouwen.
De bekende architect C.B. Posthumus Meyes kreeg in 1890 opdracht om het
huis geschikt te maken voor acht dames op leeftijd, waarbij ingrijpende
veranderingen plaatsvonden, maar waarbij ook een nieuwe eenheid werd
geschapen - door een consequente kleurstelling en uitmonstering - die
het bestuur van het huis wil handhaven. Splitsen is niet aan de orde.
Het voorhuis werd grondig opgeknapt; elementen uit het gesloopte
achterhuis werden in het voorhuis herplaatst. De koepel werd
gerestaureerd. Wel kwamen er nieuwe plafondschilderingen. Rond 1890
waren de 18e-eeuwse voorstellingen waarschijnlijk te wulps voor de
nieuwe bestemming: behuizing voor dames uit den fatsoenlijken stand.
Hierna is er een eeuw lang nauwelijks iets veranderd. De staande klok
in de hal is niet van zijn plaats af geweest. De muren zijn namelijk
witgekalkt, maar achter de klok is een restant van de
sjabloonschilderingen uit 1890 teruggevonden. De bewoonsters stelden
hun onderdak op prijs en lieten het interieur verder met rust. Hierdoor
is een uniek geheel bewaard gebleven.
De
rust werd wreed verstoord door de overbezorgdheid van de overheid. De
wet op de bejaardenzorg stelde de stichting voor onoverkomelijke eisen.
Tot groot verdriet van alle betrokkenen moesten de bejaarde bewoonsters
hun vertrouwde monumentale huisvesting verlaten. Inmiddels gelden er
als gevolg van een terugtredende overheid minder strikte voorschriften.
Hierdoor doen zich nieuwe mogelijkheden voor om zorg en behoud van een
monument te combineren. Een zinvolle herbestemming moet voldoen aan een
lastige combinatie van eisen: zorg voor het bijzondere interieur en
zorg voor de bij testament bepaalde woonbestemming.
In dit licht
ziet de Snouck van Loosenstichting misschien een mogelijkheid voor
hernieuwd gebruik in de geest van de stichteres. Daarbij moet niet
alleen rekening gehouden worden met het waardevolle interieur, maar ook
met de vele nieuwe regels uit de laatste honderd jaar. Zo zijn er bouw-
en veiligheidsvoorschriften en vanwege de Wet op de Gelijke Behandeling
moeten waarschijnlijk ook heren en misschien zelfs jongeren worden
toegelaten.
Maar met het persoonsgebonden zorgbudget kan de kleinschalige
seniorenhuisvesting weer kansen krijgen. Zo hoeft niet meer overal een
ziekenhuisbed doorheen te kunnen, als er maar een brancard langs kan.
De intensieve verpleging kan elders ondergebracht worden en hoeft geen
organisatorische belasting meer te zijn.
Als de fraaie monumentale panden mogen heropenen zullen fitte bejaarden waarschijnlijk in de rij staan.
Met dank aan Steven Koene