Kasteel Amstenrade, Amstenrade
Kasteel Amstenrade, Amstenrade

Verslagen

Musea in monumenten, monumenten in musea

26-06-2009

Verslag van het Symposium, georganiseerd door Museum Ons’ Lieve Heer op Solder en de stichting het nederlandse interieur, 26 juni 2009
Rondom de aanstaande restauratie van Ons’ Lieve Heer op Solder organiseerde het museum i.s.m. de stichting het nederlandse interieur een symposium voor vakgenoten en overige geïnteresseerden. Verschillende sprekers gaven die dag presentaties in de voormalige refter van het op loopafstand van het museum gelegen Bethaniënklooster in Amsterdam.

download het verslag hier

 

In zijn welkomstwoord benadrukte Jouke van der Werf, dagvoorzitter van het symposium die Ons' Lieve Heer op Solder i.s.m.de SHNI op 26 juni organiseerde rondom de aanstaande restauratie van het museum, hoe uniek deze dag is. Hoe vaak komt het immers voor dat een museum voor een grootscheepse restauratie een symposium organiseert?

In de voormalige refter van het op loopafstand van het museum gelegen Bethaniënklooster in Amsterdam gaven verschillende sprekers presentaties. Thijs Boers, conservator gebouw van Museum OLHoS begon met een beknopte inleiding over het onderzoek dat hij heeft verricht naar de geschiedenis van de bewoners van OLHoS, Zijn onderzoek bestreek de periode 1620 - 1880. Een tijd waarin verhalen verteld kunnen worden van maar liefs 17 eigenaren, 70 bewoners, 1 priesters en 22 kapelanen. Een interessante geschiedenis daaronder was die van de familie Hartman. Jan Hartman, de uit Duitsland afkomstige handelaar die opdracht gaf tot verbouwing van de panden aan de Oudezijds Voorburgwal, destijds Fluwelen Burgwal, was met een groep verantwoordelijk voor het innen van impost op wijnen en andere goederen, een soort accijns. Vermoedelijk kon Hartman daardoor het pand bekostigen: in eerste instantie was hij maar een kousenverkoper in de Barndesteeg. In het heringerichte museum zullen vier verhaallijnen de hoofdmoot gaan vormen.

Bouwhistoricus en SHNI-voorzitter Jan van der Hoeve vertelde over het aanvullende bouwhistorisch onderzoek dat hij deed. Dit leverde zowel nieuwe inzichten als nieuwe vragen op. Van der Hoeve benadrukte dat er al een basisonderzoek lag, waarvan hij een aantal punten nader onderzocht heeft. Tijdens het onderzoek werden er belangrijke ontdekkingen gedaan. De historische gelaagdheid van het pand bleek gecompliceerder te zijn dan uit eerdere rapportages was gebleken. Ook bleek er een ingenieus versleept rookkanaal van ijzeren stangen en plavuizen aanwezig te zijn boven de zaal met de grote schouw. Uit het onderzoek kwam overigens naar voren dat deze schouw mogelijk later dan de 17de eeuw daar werd aangebracht. Daarnaast is het altaar in de late 18de eeuw verhoogd; ook het stucwerk stamt uit die tijd. De terugkomende vraag is: zien we wel wat we daadwerkelijk zien? Of is er, ook tijdens de restauraties, een ideaalbeeld gecreëerd? Veel van deze antwoorden zijn lastig te geven. Kleurenonderzoeker Ruth Jongsma sprak hierna over het kleuronderzoek dat zij deed. In haar presentatie beperkte zij zich tot de zolderkerk. Voordat zij met haar onderzoek begon was er al veel informatie voor handen. Er bleek een heel andere kleurstelling te zijn geweest voordat OLHoS een museum werd. Niet een geelbruine tint maar een rozerode kleur was integraal aanwezig in de kerkruimte, die daarmee onderscheiden werd van overige ruimtes in het pand. Ook werden houtimpressies en verschillende marmerimitaties aangetroffen. Door het archiefonderzoek kon in sommige gevallen een kleurlaag worden gekoppeld aan een jaartal.

Uit het kleuronderzoek kwamen drie opties naar voren voor de conservering of restauratie van de

kleurstelling: een eerste optie is het handhaven van de 'museumlaag', de kerk behoudt daarmee zijn overwegend gele uitstraling. Een tweede optie is de verschijningsvorm terug te brengen naar de laatste laag die het in de kerkfase had. De kerk zal dan een overwegend rozerode uitstraling krijgen. De derde optie is terug keren naar de eerste laag die het in de kerkfase had, in de tijd van Jan Hartman. Hoewel het museum in de unieke positie verkeerd dat er van veel fases nog origineel materiaal beschikbaar is, moet er toch een keuze worden gemaakt. Ruth Jongsma legde deze moeilijke keuze voor aan de staf van OLHoS. De staat waarin de huiskerk voor de musealisering verkeerde, dus de rozerode tint oftewel 'dodekop' heeft uiteindelijk de voorkeur gekregen.

In de discussie tussen de drie sprekers, restauratiearchitect Frederik Franken en het publiek kwam het maken van keuzes aan de orde. Het terugbrengen van een bepaalde fase van de kerk is een proces dat gevoed wordt door verschillende onderzoeken, maar er moet ook rekening worden gehouden met de museale functie. Wat het proces van het maken van keuzes bemoeilijkt is dat alle gemaakte tijdslagen op zich interessant zijn. Het is de ambitie van het museum om deze gelaagdheid in de presentatie expliciet te maken. Het voornaamste belang is terug te keren naar de kern van het monument. De waarde van OLHoS als een historisch huis. Van houtje-touwtje huis tot topmonument.' Dat is volgens directeur Judikje Kiers de kern van de doelstelling van de restauratie.

 

Michelle Simons, Emma van Oudheusden en Prosper de Jong