Huis van Aartsbisschop, Utrecht
Huis van Aartsbisschop, Utrecht

Verslagen

Huis als museum

01-06-2007

Zo'n 80 mensen kwamen donderdag 19 april 2007 bij elkaar in de Sypekerk van Nieuw-Loosdrecht om te luisteren naar de boeiende problematiek van de huismusea in Nederland. Feestelijke aanleiding voor dit door de Stichting Het Nederlands Interieur en Kasteel-Museum Sypesteyn georganiseerde symposium was de presentatie van het boek 'Huismusea in Nederland. Kasteel-Museum Sypesteyn en het ontstaan van verzamelaarshuizen in Nederland (1870-1930)', geschreven door Conny Bogaard en Marieke van Vlierden.

Na een welkom door de dagvoorzitter Heleen van Wüstefeld (ouddirecteur van Kasteel Sypesteyn) en een introductie van Barbara Laan, voorzitter van de SHNI, over de rol van de Stichting met betrekking tot de huismusea, vertelde de conservator van Sypesteyn en mede-auteur Marieke van Vlierden over de verschillende huismusea die in het hierboven genoemde boek voorkomen, te weten: Bisdom van Vliet, Museum Mesdag, Museum Bredius, Museum Tétar van Elven, Museum Lambert van Meerten, Museum Simon van Gijn en Museum Willet-Holthuysen. Kernvraag bij haar betoog was in hoeverre de huidige situatie zich verhoudt tot de oorspronkelijke wensen van de stichter(s). Van Vlierden maakte duidelijk dat pas eind jaren 80 van de vorige eeuw er een herwaardering van de veelal 19de-eeuwse interieurs plaatsvond en dat deze grote invloed had én heeft op de presentatie bij de verschillende musea. Sypesteyn heeft vele wensen voor de toekomst, eerst zal echter een solide financiële basis moeten worden gebouwd om iets van deze plannen te verwezenlijken.

De voordracht van Chris de Bruyn getiteld 'Woonhuis - historisch museum - museum woonhuis' vat in één zin de verschillende periodes samen die Museum Simon van Gijn vanaf haar fundatie in 1925 heeft doorlopen. Simon van Gijn liet niet alleen zijn woonhuis na aan de vereniging Oud-Dordrecht, hij schonk tevens enkele andere panden en zijn gehele boedel aan deze door hem medeopgerichte vereniging. Al bij het begin werd gestipuleerd dat zijn huis voor publiek opengesteld diende te worden. Men betrachtte in eerste instantie niet het woonhuis en boedel als uitgangspunt, maar de collectie en ordening en de presentatie ervan. Hierdoor werden de meeste kamers als stijlkamers ingericht. Op basis van grondig onderzoek werden en worden de verschillende kamers teruggebracht naar hun 19de-eeuwse uiterlijk ten tijde van Simon van Gijn.

Gusta Reichwein, hoofd collecties van het Amsterdams Historisch Museum en van het huismuseum Willet-Holthuysen, besprak de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in Museum Willet-Holthuysen vanaf de oprichting in 1896. Haar verhaal maakte vooral duidelijk op welke manier de beheerders van het museum, in dit geval B&W van Amsterdam en de verschillende conservatoren, omgegaan zijn met de wensen van de erflaters. En dat is zeker niet eenduidig geweest. Waren in het begin van de museumperiode vooral de 19de-eeuwse authentieke interieurs het slachtoffer van het beleid van de beheerder, in de naoorlogse periode werd vooral nadruk gelegd op het houden van tentoonstellingen. Daarnaast lag de nadruk op het presenteren van de 17de- en 18de-eeuwse bouw- en interieurkunst . De verzameling van de erflaters, het echtpaar Willet, werd hierbij niet als uitgangspunt genomen. Gelukkig is er nu een kentering merkbaar in het beleid en wordt in toenemende mate getracht een meer historisch beeld te schetsen van de erflaters.

'Met smaak ingericht', het musealiseren van particuliere verzamelingen' was de titel van de bijdrage van Peter van Mensch, docent museologie aan de Amsterdamse School voor de Kunsten. Van Mensch schetste dat de ontwikkelingen zoals die bij Kasteel Sypesteyn zijn te zien bijna naadloos aansluiten bij die van de nationale en internationale musea om kunstnijverheidsverzamelingen op verschillende manieren te presenteren. Daarnaast benadrukte hij wat de begrippen identiteit en authenticiteit in deze context betekenen en welke veranderende interpretatie wij aan deze begrippen koppelen.

Ter afsluiting van de middag werd het eerste exemplaar van het boek overhandigd door de burgemeester van Loosdrecht, de heer Don Bijl, aan de directeur van de Nederlandse Museumvereniging Sibbe Wiede. Na deze overhandiging stond Sibbe stil bij het feit dat de hoeders van dit specifieke stuk erfgoed bezig zijn met het creëren van een werkelijkheid waarbij de authenticiteit (altijd) te relativeren valt. Belangrijk is dat de verschillende manieren van presenteren blijvend onderzocht worden en dat elke instelling haar eigen afweging moet maken ten aanzien van de manier waarop men zijn/haar verhaal wil vertellen. Elk museum heeft een eigen gezicht, en dat geldt wellicht in versterkte mate voor de prachtige huismusea die dit land rijk is.

Thijs Boers, conservator Museum Amstelkring