Jachthuis St.Hubertus, Hoenderloo
Jachthuis St.Hubertus, Hoenderloo

Verslagen

SHNI bezoek aan Paleis Soestdijk

01-10-2007

Koninklijke familie rond 1955
Koninklijke familie rond 1955

Donderdag 21 juni 2007 kwamen ruim dertig SHNI-begunstigers bijeen op Soestdijk. In het park voor het Paleis - met zicht op het bordes waar jaarlijks op 30 april het defilé langs trok - vertelden Paul Rem en Ben Olde Meierink over de ontstaansgeschiedenis. De een vanuit zijn functie als conservator en begeleidingscommissie voor de herbestemming, de ander verrichtte samen met vier collega's van het BBA gedurende een half jaar bouwhistorisch onderzoek. Het hele paleis werd geïnventariseerd, beschreven en fotografisch vastgelegd.

Rond 1650 liet de Amsterdammer Cornelis de Graeff tussen Baarn en Soest een huis met hofstede bouwen. In 1674 kocht Stadhouder Willem III, het geheel en liet het door Maurits Post verbouwen tot jachtslot. De stadhouder jaagde in de omgeving en zijn familieleden gebruikten het als zomerverblijf, een situatie die tot 1937 stand hield. In 1815 kreeg kroonprins Willem - de latere Koning Willem II - het jachtslot cadeau als dank voor zijn moedig optreden bij de veldslagen tegen de Fransen. Willem II, getrouwd met de Russische Anna Paulowna, voegde onder leiding van de architecten Jan de Greef en Zeger Reijers de enorme vleugels aan weerszijden van het corps de logis toe (1815-1821), evenals de belvedère op het dak. Conform de mode werd het geheel wit gepleisterd en in empirestijl ingericht. In 1937 betrokken prinses Juliana en haar kersverse echtgenoot het Paleis. Ze vestigden zich permanent op Soestdijk en drukten, zo blijkt, een bijzondere stempel op het paleis.

In twee groepen bezoeken we vervolgens de opengestelde vertrekken. Het paleis telt ca 300 kamers. Behalve de zalen in het middenpaviljoen zijn ze alle bescheiden van afmeting. De vleugels van het gebouw zijn naar Russisch model opgedeeld in afzonderlijke appartementen die naar gelang de behoefte van de Oranjes in aantal en afmeting varieerden. In het corps de logis bevinden zich de representatieve vertrekken. Met de kroning van Juliana in 1948 werd het paleis tevens Koninklijke residentie, een functie waar Soestdijk zich eigenlijk niet echt toe leende. We worden via de empire-antichambre gevoerd naar de grote eetzaal (1815-'22) met het prachtige tongewelf met gestucte cassettes en muren van kunstmarmer. Wijnand Freling licht het procédé nog eens toe, terwijl Eloy Koldeweij wijst naar de zeldzame faience kolomkachel van Zeister makelij. Er volgen nog een aantal representatieve ruimtes, van Lodewijk-stijl en empire tot een ontvangstkamer in een donkere, eind 19de -eeuwse uitmonstering met een opvallend gekleurd plafond en eikenhoutimitatie op het houtwerk. We staan stil bij de plafondschilderingen van Fabri (1903), na zijn werk op het Loo naar Soestdijk geroepen, en bij het enorme schilderij van Pieneman met de Prins van Oranje bij Quatre Bras.

De grote verrassing van de dag vormt echter 'de dertiger-jaren villa', zoals de privé vertrekken van Juliana en Bernhard gekscherend door Ben Olde Meierink worden genoemd. In 1939 had het prinselijk paar de verbouwing als Huldeblijk van het volk gekregen. Onder leiding van de architecten De Bie Leuveling Tjeenk en A.G. van der Steur werd in de rechter vleugel een modern appartement gebouwd met stalen deuren, ramen en kozijnen. Verrassend zijn de enorme ramen ter grootte van een hele wand in de werkkamers van prins en prinses, die in z'n geheel in de vloer kunnen verdwijnen, en van waaruit men prachtig zicht heeft op de enorme spiegelende vijver. In de kamers veel fineer in de afwerking en meubilair van Pander en Gispen. Tot slot bezoeken we in de kelder de bioscoopzaal, voorzien van keurige rijen comfortabele Gispen stoelen bekleed met rood pluche, waar de prins-gemaal zich vermoedelijk graag liet inspireren door Clark Gable en James Bond.

Over de inrichting van het paleis gaan vele verhalen. Het stond bomvol met meubilair waarover nogal gesteggeld werd tussen de Rijksgebouwendienst en de erfgenamen. Het is jammer dat er in het privé appartement van Juliana en Bernhard niet meer van de inrichting in situ is behouden.

In 1971 werd het paleis overgedragen aan het Rijk en kwam het onder verantwoordelijkheid van de Rijksgebouwendienst. Met de dood van Prins Bernhard eind 2004 ontstond het probleem van herbestemming. Dit probleem is met de openstelling van paleis en park tijdelijk opgeschort. Iedere royalistische en nieuwsgierige Nederlander kan nu even een kijkje achter de schermen nemen, even gewoon op bezoek in Paleis Soestdijk. Wij hebben dankzij verschillende specialisten en Soestdijkkenners meer gezien en vooral gehoord over dit bijzondere gebouw met zijn 'hybride' interieur en inrichting.

Anne-Marie ten Cate

De resultaten van dit onderzoek zullen te zijner tijd op de website www.waardestelling.nl ter inzage zijn.