Woonhuis, Aalsmeer-Oosteinde
Woonhuis, Aalsmeer-Oosteinde

Verslagen

Diner in regentenzaal

01-02-2009

De Collegezaal van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude te Utrecht
De Collegezaal van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude te Utrecht

Dat het 'Aan Tafel: de Evolutie van de Eetkamer', het thema van de op 12 december gehouden studiemiddag, uitnodigend werkte, was te merken aan de reacties. Meteen na de aankondiging liep het storm met de aanmeldingen, zelfs zo dat enkelen teleurgesteld moesten worden.

Nu was het ook wel een bijzondere middag met een zeer divers, aantrekkelijk programma. Niet alleen vonden de activiteiten plaats in een prachtige omgeving - het gebouw van de Utrechtse Fundatie van Renswoude - maar het luisteren naar lezingen en bekijken van interieurs, inclusief serviesgoed en tafelkleden werden 's avonds afgesloten met een regentesk diner in de schitterende rococo zaal van de Fundatie. 

Voorzitster Barbara Laan presenteerde de hele ontvangst als één groot menu, met aperitief, hoofdgerechten, tussengerechten en changementen. 'Chatelaine' van de Fundatie mevr. Constance Kohsiek leidde uit naam van de 'Eerste Huismeester' hoogleraar Koen Ottenheym, de middag in met een verhaal over het gebouw zelf: over de erflaatster Maria Duyst van Voorhout, vrijvrouwe van Renswoude, de stichting van de Fundatie en de functie als weeshuis en opleidingsinstituut voor onbemiddelde talentvolle jongens. De bouw, de architect Jan Verkerk, de diverse interieurs met hun oude functie kwamen aan de orde en zij wees op het oorspronkelijke nog ter plekke bewaarde meubilair en de bijzonder interessante andere collectieonderdelen zoals schilderijen, klokken, porseleinen (wapen-)serviezen en wereldbol. Later door het gebouw rondlopend besefte ik mij bovendien hoe bijzonder het is om tegenwoordig nog zo'n rijke inventaris aan tin aan te treffen, dat daar eeuwenlang in functie is geweest als kandelaar, koffiekan, tabakspot of glazenkoelvat. Samen met de eveneens nog bewaarde archivalia vormt de Utrechtse fundatie een bijzondere bron voor onderzoek. Gelukkig is recent de historische rijkdom van de fundatie gepubliceerd.

Na dit aperitief volgden de lezingen. Architectuurhistoricus Paul Rem schetste de ontwikkeling van de tijdelijke eetzaal naar de vaste eetkamers, toegespitst op de stadhouderlijke paleizen, en toonde via plattegronden en foto's mogelijke oude plaatsen, nieuwe ontwerpen en huidige overblijfsels. Stadhouders, koningen en prinsessen gebruikten de maaltijd in statie of privé. Schragentafels, met leer bekleedde wanden en inloopbuffetten passeerden de smakelijke revue. Het verhaal van kunsthistorica Eva Schimmelpenninck was één grote amuse van oude tafelversieringen, gemaakt van suikerwerk in de vorm van de meest schitterende tuinen, tempels, fonteinen en vruchtencomposities. Zij deed ons beseffen hoe schraal onze met zorg opgetooide dinertafels afsteken tegen de veelal door kunstenaars ontworpen, soms levensgrote, zinnebeeldige voorstellingen, waarin zelfs kanonnetjes konden worden afgeschoten. En dat alles van suiker of dragant, ondersteund door karton en aangevuld met zijde, glas en porselein. 

Oud veilingmeester Jan Pieter Glerum gaf na de theepauze in sneltreinvaart een zeer leerzaam overzicht van voorwerpen en meubels die functioneren rondom eten en drinken. Wat ons zeker is bijgebleven: de wigjes om je soepbord schuin te houden zodat je het netjes kunt leeglepelen en de papieren zakjes met peper op de 17de-eeuwse stillevens. Op de haar zo karakteristieke wijze wist historica Ileen Montijn vervolgens een uiterst vermakelijk hoofdgerecht te presenteren uit de jaren rond 1900, gelardeerd met de meest verrukkelijke citaten uit etiquetteboeken en toneelstukjes, over de problemen van de nette samenstelling van het menu, de styling van de tafel met compote schaaltjes, en het zo Hollandse sopje voor het zilver na afloop. 

Cultureel antropologe Irene Cieraad verzorgde ten slotte het dessert van de lezingenmiddag met een wederom uiterst boeiend verhaal over de veranderende relatie tussen keuken en eetkamer. Hoe de kloof tussen upstairs-downstairs groeit vanaf de scheiding tussen kookkeuken en pronkkeuken, uitlopende in de 19de-eeuwse eetkamers boven met dienliften, dessertkamers en belletjes als enig contact met beneden. Met de smetvrees voor de keuken, het terrein van de dienstboden; met de oplossingen voor het 20ste-eeuwse 'dienstboden-probleem' en met de huidige efficiënte leef-eet-kookruimte, waar scheidingswanden als de Berlijnse Muur zijn omgevallen en mannen-echtgenoten als chefkok een sterrol vervullen.

Na de borrel volgde het smaakvolle avondprogramma voor degenen die zich hiervoor hadden opgegeven. Zelfs tijdens dit gezellige diner werden de gasten nog geestelijk bij de les gehouden door kunsthistorica Sanny de Zoete, die ons instructief vertelde over damast, het gebruik, de reiniging en het mangelen daarvan. Hoe zullen wij toehoorders ooit nog gedachteloos de tafel kunnen dekken thuis?

Dit was de eerste keer dat de SHNI een studiemiddag geheel gewijd heeft aan een bepaald vertrek waarbij al zijn aspecten aan de orde kwamen. Dit was gezien de belangstelling een geslaagde insteek, ook al waren de kosten (€ 120) naar de maatstaven van de Interieurstichting voor zowel de middag als het aansluitende diner fors. De Stichting is dan ook van plan om vaker een of meer woonvertrekken op een studiemiddag centraal te stellen om zo een bredere groep geïnteresseerden aan te spreken.

Jet Pijzel-Dommisse

Over de Utrechtse Fundatie is een prachtig geïllustreerde publicatie verschenen, die voor € 25 te bestellen is bij de Fundatie zelf: J. de Vries, M. Langenbach, K. Ottenheym, De Utrechtse Fundatie van Renswoude, Utrecht, uitgeverij Matrijs, 2004