Huis Schuijlenburch, Den Haag
Huis Schuijlenburch, Den Haag

Duivenvoorde;

Bewoners, landgoed, kasteel, interieur en collectie

Duivenvoorde

A. de Vries (red.)
Uitgeverij Waanders i.s.m. Stichting Duivenvoorde, Zwolle 2010
264 pp. 260 ill., met paragrafen van 15 auteurs waaronder R. Baarsen, R. Ekkart, E. Hartkamp-Jonxis, J. Pijzel-Dommisse.
ISBN
9789040076763 (hardcover) (€ 34,95)
9789040076770 (paperback) (€ 24,95)
 


Tussen Leiden en Den Haag bevinden zich landgoed en kasteel Duivenvoorde, waarvan enkele delen zelfs uit de dertiende eeuw afkomstig zouden zijn. Het kasteel is door de eeuwen heen familiebezit gebleven totdat de laatste eigenares, Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye, Duivenvoorde onderbracht in een stichting. Enkele jaren later - in 1963 - werd het opengesteld voor publiek. Tegenwoordig is het een geregistreerd museum.

Ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum heeft Stichting Duivenvoorde een boek uitgegeven en de tentoonstelling ‘Tijdloos Trendy’ samengesteld.

Dit jubileumboek bestaat uit twee delen. Het eerste bevat een uiteenzetting over de bewoners, de ontwikkeling van het landgoed, het park, het kasteel en het interieur. Vier verschillende auteurs hebben vanuit hun eigen professie een hoofdstuk geschreven, beginnend bij de bewoners. Middels tekst en afbeeldingen van onder meer schilderijen en foto’s wordt een prima beeld van hen geschetst. Daarna volgt het hoofdstuk over het park, waarbij gebruik is gemaakt van prachtige landschapsafbeeldingen en tekeningen. Het derde hoofdstuk is gewijd aan de bouwhistorie. Ondermeer door middel van duidelijke plattegronden met benamingen van de vertrekken wordt in verschillende kleuren aangegeven welke gedeelten wanneer in de afgelopen zes eeuwen gebouwd zou zijn. Daarnaast komen ook andere gebouwen van het landgoed aan bod. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de restauratie van 1958 -1963 waarbij E.A. Canneman (toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg) de restauratiearchitect was.

De volgende passage is getiteld ‘Een bezoek aan toen’. Hierin wordt thematisch een aantal ruimten besproken. Dit betreffen het Voorhuis, de Grote zaal, de Overloop, de Oosterlandse kamer, de Turkse kamer, de Blauwe logeerkamer en de Mangelkamer. Er zijn diverse paginagrote afbeeldingen opgenomen, hetgeen een goed beeld van elk van de vertrekken geeft. Ter ondersteuning is gebruik gemaakt van ondermeer achttiende- en negentiende-eeuwse tekeningen en fotomateriaal uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Uit de veelheid aan vertrekken in het kasteel is een keuze gemaakt. Zo komen bijvoorbeeld de Grote eetkamer en de Steengrachtkamer niet aan bod, maar ook de privé-vertrekken zijn buiten beeld gebleven.

In het tweede gedeelte, dit betreft het grootste gedeelte van het boek, wordt ingegaan op de prachtige collectie. Hierbij hebben verschillende auteurs op zich zelf staande bijdragen gewijd aan oude en eigentijdse meesters, portretten, prenten en tekeningen, beeldhouwkunst, meubelen, oosters porselein, Europees serviesgoed en zilver, kostuums, boeken en tot slot het archief. Bij de deelcollecties wordt ingegaan op ontstaans- en verzamelgeschiedenis en op kunst- en cultuurhistorische context.

Het boek is een absolute aanrader, ware het niet dat het jammer is dat niet alle vertrekken erin aan bod komen. Ook de ´missende' ruimtes verdienen het om in beeld gebracht te worden; zowel de collectie als onroerende interieurelementen.

 

De tentoonstelling Tijdloos Trendy, Modern licht op interieur en collectie van Duivenvoorde loopt tot en met 3 oktober 2010.

Harrie Schuit, MA