Huis Nolet, Schiedam
Huis Nolet, Schiedam

Lopend onderzoek

Nederlandse witwerkers

01-02-2009

In de gildetijd duidde de term 'witwerkers' op looiers van schapenvellen, op smeden die met blank metaal werkten, op mandenvlechters die geschilde wilgentenen verwerkten, evenals op hen die beschilderde naaldhouten meubels maakten. Hans Piena, hoofdconservator van het Nederlands Openluchtmuseum, is sinds 2004 o.l.v. prof.dr. Willemijn Fock bezig aan een promotieonderzoek naar de laatste categorie. Halverwege 2012 zal het onderzoek worden afgerond. De witwerkers, vooral te vinden in de wat grotere steden in het westen van Nederland, lijken in aanvang (1625-1675) eenvoudige gebruiksvoorwerpen te hebben gemaakt: rattenvallen, vogelkooien, houten emmers, etc. Vanuit die positie zijn zij in toenemende mate ook meubels gaan maken, maar waarschijnlijk hebben ze weinig of geen interieur timmerwerk verricht. Wel is in het Nederlandse interieur zeker ook het traditionele witwerkers houtimitatie-werk toegepast, bestaande uit een krijtgrond, een bindmiddelloze pigmentsaus waarmee de nerf werd geïmiteerd, en een bruine vernis ter afsluiting. Echter, zeer weinig van de voorwerpen die we tegenwoordig nog aantreffen is origineel. De beschildering is vrijwel zonder uitzondering overschilderd, en in ergere gevallen geloogd. Daarnaast is er een groot aantal vervalsingen geproduceerd, met name in de periode tussen 1900 en 1950 toen rijke buitenlandse toeristen en daarmee ook antiquairs, evenals de volkenkundige musea een grote belangstelling voor beschilderd meubilair hadden. Gedurende een door het Rijksmuseum en ICN georganiseerde masterclass in november 2008 zijn zeven witwerkers meubels tot op het bot geanalyseerd. Bij een van deze meubels is toen aangetoond dat het vervaardigd is slechts kort voordat het door een museum op een veiling werd aangekocht.

Heeft u een beschilderd naaldhouten meubel? Info: H.Piena@openluchtmuseum.nl