Huis Oud Amelisweerd, Bunnik
Huis Oud Amelisweerd, Bunnik

Locatie onder de loep

Voornaam ensemble van kleur en detail

Villa Nimrod (1927), Clarissenstraat, Boxtel

01-10-2007

De inwoners van het Brabantse Boxtel zijn sinds een aantal maanden in de ban van een villa die jarenlang verscholen heeft gelegen achter een dichte groeiopstand en voor vrijwel niemand toegankelijk was. Pas na het recentelijk overlijden van de laatste van een drietal vrijgezelle zussen is gebleken dat het pand sinds de bouw in 1927 onberoerd is gebleven en nog geheel in de originele staat verkeert.

Voor Boxtelse begrippen is de villa 'Nimrod', welke naam op de voorgevel prijkt, niet doorsnee en duidt op een voornaam milieu van bouwheer en bewoners. De originele afwerkingen, materiaalkeuze, detailleringen en bijzondere kleurstellingen verschaffen veel informatie over het beschikbare budget en op welke wijze welgestelde families in de jaren twintig hun droom en wensen lieten materialiseren en welke architecten en welke architectuur zij daarvoor geschikt achtten.

De opdrachtgever voor de bouw van villa Nimrod was de Boxtelse houthandelaar Johannes George Franke, maar deze heeft het pand nooit bewoond. Vanaf het moment van oplevering heeft voormalig conducteur Petrus Smits en familie zijn intrek mogen nemen in dit luxueuze pand. Waarschijnlijk heeft Smits, een fervent jager, de naam Nimrod bedacht.

De villa, bestaande uit een kelder, twee bouwlagen en een zolderverdieping, is ruim opgezet in zakelijke stijl met in het exterieur en het interieur nadrukkelijk aanwezige invloeden van de Amsterdamse School. Het ontwerp is afkomstig van de Tilburgse architect F.P.J. Ruts, wiens bureau in de jaren twintig en dertig vooral woonhuizen en winkelpanden ontwierp in een zakelijk-expressionistische stijl, die qua detaillering en kleurgebruik veel verwantschap heeft met de Amsterdamse School. In Boxtel bouwde Ruts onder meer een gaaf bewaard winkelpand aan de Rechterstraat.

De plattegronden van de begane grond en de eerste verdieping zijn modern in opzet. De vertrekken bevinden zich op geordende wijze rondom een hal. De afzonderlijke vertrekken hebben elk een eigen detaillering en afwerking, maar hebben samen als een ensemble een nog krachtigere waarde dan afzonderlijk. Het interieur van de villa is na tachtig jaar, op een aantal verdwenen radiatoren na, als volledig gaaf te kwalificeren. Iedere ruimte speelt een belangrijke rol in de wijze waarop het grote geheel ervaren wordt. In dit pand zijn kleur en afwerking onlosmakelijk verbonden met materiaal en detaillering en ondersteunen zij elkaar.

Een in patroon gelegde tegelvloer, bestaande uit achthoekige witte en rechthoekige rode tegeltjes; binnendeurkozijnen met olijfgroene kozijnstijlen, zwarte deklatten en tomaatrode architraafbetimmeringen met zwarte verticale details; houten paneel- en glasdeuren met glas-in-lood ruitjes, beslag, decoratieve deklatten afgewerkt in groen, rood en zwart; wanden met een gele geschilderde lambrisering waarop grijze en okere gesjabloneerde art-deco decoraties; een crème gerasterd papierbehang uit de Bauhaus-collectie 1926; balkenplafond met moer- en kinderbalken, waartussen de vlakken zijn afgewerkt met rood-bruine hout-imitaties; gevelkozijnen met glas-in-lood details; een groot glas-in-lood raam in het trappenhuis; trappen en gedetailleerde traphekken en balustraden in rood, groen en zwart; een originele keuken met uitgesleten aanrecht en keukenkastjes; een haard met rode lustertegeltjes beklede schouwboezem; lampen met belknopjes... Het voert te ver om alle ruimten te beschrijven, maar een beeld van dit bijzondere interieur is hiermee wel geschetst.

De detailleringen en afwerkingen zijn illustratief voor het vakmanschap en de fijngevoeligheid voor kleur en detail van de architect en maakt in één oogopslag duidelijk hoe met aandacht voor kleur en detail sfeer is te bereiken. Veel aandacht is besteed aan de lijnolie verflagen, die nog steeds een mooie eiglans bezitten en duidelijk zichtbaar getamponneerd zijn aangebracht. Het gebruik van opmerkelijke, gewaagde, naar keus kleurstellingen bij de Amsterdamse School is bekend. Toch kan geconcludeerd worden dat hier sprake is van een bijzonder kleurenpalet.

Inmiddels heeft de villa wel de status van gemeentelijk monument gekregen, maar vanwege de bijzondere architectuurhistorische-, cultuurhistorische-, en ensemblewaarden en door de gaafheid van het interieur en door de zeldzaamheid in gaafheid verdient dit pand eigenlijk de status van Rijksmonument.

Het is te hopen dat bij de aanstaande renovatie het interieur geen wezenlijke onderdelen van het karakter zal verliezen, want iedere drastische ingreep zal de geloofwaardigheid van het object in zijn totaliteit en de relatie en hiërarchie tussen de vertrekken wijzigen. Ook de lichtinval zal in veel gevallen veranderen om nog maar te zwijgen over de maten en verhoudingen zoals deze door de architect bedoeld zijn.

Alwin van Hees, architectuurhistoricus / adviseur kleur en schilderingen