Kasteel Middachten, De Steeg
Kasteel Middachten, De Steeg

Locatie onder de loep

Stille getuige van een schuldig verleden

Commandantwoning 1939 Kamp Westerbork, Hooghalen

16-12-2010

Op een kruispunt in de Drentse bossen staat een groot, maar nogal haveloos uitziend, houten huis als overblijfsel van het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Deze voormalige commandantwoning is als door een toeval bewaard gebleven en daardoor een stille getuige van een schuldig verleden. Het zou eigenlijk hetzelfde lot van de andere opstallen in de buurt hebben moeten ondergaan, maar omdat het in 1994 tot rijksmonument was verklaard, bleef sloop achterwege. Kort na 2007 kwam het huis in het bezit van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Nu beraadt men zich er over hoe dit gebouw in de toekomst op een zinvolle wijze te benutten is. In zijn huidige staat is het gebouw een tijdscapsule waarvan fotograaf Sake Elzinga in 2009 een prachtige fotoreportage heeft gemaakt. In dezelfde tijd heeft het Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) een onderzoek naar dit bijzondere pand gedaan.

Begin 1939 werd het initiatief genomen tot de oprichting van een Centraal Vluchtelingenkamp voor de opvang van uit Duitsland gevluchte Joden. Dit kreeg zijn plaats op een terrein in de boswachterij Hooghalen (gem. Westerbork) in de vorm van een semipermanent kamp voor de duur van vijftien jaar met een flink aantal tijdelijke verblijven voor in totaal ongeveer 2500 kampvluchtelingen. Op 1 mei 1939 werd een eerste plan - een barakkenkamp aan de oostzijde met westelijk daarvan de dienstwoningen - gepresenteerd dat - na enige versobering - binnen vijftig dagen na bouwbegin op 22 augustus 1939 gereed diende te zijn..

Directeur D.A. Syswerda en zijn familie waren de eerste bewoners van de commandantwoning. Kort na het begin van de oorlog werd hij vervangen door J. Schol. Toen het kamp op 1 juli 1942 een Polizeiliches Judendurchgangslager werd, betrok kort daarop de beruchte SS-Obersturmführer A.K. Gemmeker het huis samen met zijn secretaresse. Zij bleven daar wonen tot hun gedwongen vlucht op 11 april 1945. Luitenant J.G. Bijvoets woonde er vervolgens tot 1948 als commandant toen het een interneringskamp voor NSB-ers was geworden. Daarna ging het kamp verder als Kamp Schattenborg voor de opvang van Molukkers en kwam in de directeurswoning de oud-Indiëganger kolonel P.G.C.A. van der Speck Obreen te wonen. Zijn jongste dochter Cornelie woonde daar tot haar overlijden in 2007. Ondanks de geplande levensduur van vijftien jaar en de uitvoering in houtskeletbouw staat de commandantwoning nog altijd fier overeind. Het huis is het best te karakteriseren als een (klein) landhuis met een moderne opzet en een forse maat van in totaal 250 vierkante meter bruto vloeroppervlak. In uitvoering is het een sober en compact, gedeeltelijk onderkelderd, tweelaags landhuis. De vertrekken liggen rond een centrale hal met een ruime keuken en liefst drie woonruimten: de eetkamer, de woonkamer (of huiskamer) en de ontvangkamer (of salon). Tussen de drie woonruimten zitten twee paar schuifdeuren. In de keuken bevindt zich naast een bellenbord voor de bediening een aanrecht met eterniet aanrechtblad en daarin een geëmailleerde ijzeren gootsteen (net als de badkuip in het gebouw geleverd door de DRU in Ulft). Het belangrijkste interieurstuk in de keuken is het AGA-fornuis met twee kookpitten en twee ovendelen van het in 1939 uitgebrachte model 47/10 (zo genoemd omdat het in Engeland, waar het fornuis gemaakt werd, 47 pond en 10 schilling kostte). Tussen keuken en hal bevindt zich een lage deur met drangveer, waarschijnlijk aangebracht om de jonge zoon van de eerste directeur de toegang tot de keuken te beletten. Het hele huis was uitgevoerd met een centrale verwarming die werd gevoed door heet water afkomstig uit het kamp verderop.

Ook de ruimten op de verdieping zijn gegroepeerd rondom een centrale hal. Hier bevinden zich vijf slaapkamers, een badkamer en een tweede wc. In de noordwestelijke slaapkamer voor de inwonende bediende zit nog een deel van het commodemeubel met ingebouwde wasbak. In de badkamer bevindt zich ook een bidet dat echter niet in het bestek werd genoemd en als zodanig mogelijk het enige onderdeel is dat speciaal op Duits verzoek is toegevoegd.

In feite is er sinds de bouw heel weinig aan de woning veranderd. Alleen kregen begin 1940 op verzoek van Syswerda de vensters rolluikkasten en kort na 1945 werd het oorspronkelijke terras omgebouwd tot serre en de open plaats tussen keuken en schuur dichtgebouwd. Sindsdien zijn zelfs schilderbeurten achterwege gebleven. Aan de buitenzijde geeft dit een wat haveloos aanzien, maar binnen heeft dit mooie gebruikssporen opgeleverd. Opmerkelijk zijn de overgordijnen en lampenkappen, in opzet moderne, maar oudere elementen die door de naoorlogse bewoners zijn ingebracht. Hoewel gebouwd voor een levensduur van maximaal vijftien jaar staat de commandantwoning er inmiddels al weer zeventig jaar. Bovendien is het een plek van herinnering geworden aan een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis. Het resultaat is een bijzonder, maar tevens kwetsbaar, gebouw waar zowel in materiële als immateriële zin prudent mee zal moeten gaan worden omgegaan, juist ook aan de binnenkant.

 

Ronald Stenvert 

De commandantwoning kamp Westerbork, Dirk Mulder & Sake Elzinga, Westerbork 2009.

Commandantwoning Kamp Westerbork, Schattenberg 4, Zwiggelte: Bouwhistorische opname met waardestelling, Ronald Stenvert, Utrecht 2009.