Huis Oud Amelisweerd, Bunnik
Huis Oud Amelisweerd, Bunnik

Gesignaleerd

Weg met die grens van 50 jaar..

Rijtjeshuis met zitkuil, 1972 Bohemenpad 1, Amersfoort

16-12-2010

Op onze zoektocht naar een nieuw huis stuitten mijn partner en ik onder andere op een huis in de Amersfoortse wijk Schuilenburg, een goedbedoelde, maar nu wat onderkomen wijk uit het einde van de jaren ’60 met teveel flatwoningen en te kleine rijtjeshuizen. In wat eens de goudkust van de wijk was geweest, bevond zich een rijtje woningen met platte daken en zeer gevarieerde vormen.

Op de kop van het rijtje huizen met de naam ABC-woningen bevond zich een huis met praktijkgedeelte, dat de makelaar met wervende tekst probeerde te verkopen. Onder meer door te verwijzen naar de bekendheid van de Amersfoortse architect Leo Heijdenrijk. Ik kende de architect eerlijk gezegd niet, maar de afbeeldingen in de verkoopfolder boeiden zozeer dat we gingen kijken. Heijdenrijk (1932 - 1999) werkte in de jaren ’70 samen met  G.J. van der Grinten. Na 1984 werd het bureau gesplitst en ging Heijdenrijk verder in het Architecten Kollektief Heijdenrijk dat onder andere een aantal opvallende gebouwen in de wijk Kattenbroek gerealiseerd heeft.

De oorspronkelijke bewoners hadden het huis sinds de bouw in 1972 bewoond en hadden het even tevoren verlaten. Er was vrijwel niets aan het huis veranderd, aan de praktijkruimte iets meer, maar ook daar was het oorspronkelijk concept goed bewaard gebleven. De makelaar vertelde dat het huis geheel was ontworpen naar de wensen van de bewoners.

De buitenzijde heeft fraaie, kubische vormen met materiaalgebruik typisch voor de jaren ’70: B2 betonstenen en puien met veel donkerbruin geschilderde hout – zwaar verrot overigens. De grootste kwaliteit van het huis is te vinden in het interieur, waarin het materiaalgebruik van het exterieur is voortgezet. Ook hier zijn de muren en zelfs gedeeltelijk de vloeren van betonsteen. Het dak bestaat uit witgeschilderde delen op donkerbruin geschilderde balken. Deze zijn opgelegd op onderslagbalken die op gemetselde kolommen steunen. Opvallend eenvoudige en minder duurzame materialen allemaal, maar die gebruikt zijn om een grote ruimtelijkheid vorm te geven.

Via een glazen hal en garderobe – met convector onder de kapstok! – wordt de grote centrale ruimte van het huis bereikt. Pièce de resistence is de vier treden verdiepte zitkuil met openhaard voor een man of twintig, omgeven door gemetselde wanden en trappen en compleet met geïntegreerde schouw. Om de zitkuil zijn plekken gecreëerd voor de eethoek, voor de toegang naar de tuin en voor de half open (authentieke) witte keuken. Op diverse plaatsen in het dak zijn verhoogde daklichten aangebracht waardoor licht kan binnenvallen. Het fraaiste is het daklicht geïntegreerd bij de werkkamer waar een split level is aangebracht en waar het daklicht als een soort periscoop werkt. De boekenkasten in die kamer vormen de scheiding tussen de twee niveaus. Ze zijn van goedkoop materiaal gemaakt – vurenhout en spaanplaat – maar met een vormgevingskwaliteit die aan Rietvelds meubelen uit zijn vroege periode doet denken.

Een andere bijzondere ruimte is de dakkamer bovenop het platte dak. Deze heeft de functie van atelierruimte en is rondom van glazen puien voorzien. Een bruine boekenkast brengt een halfopen scheiding tussen de ruimte met de open trap en de eigenlijke atelierruimte. Kasten en puien vormen een hechte eenheid. Het geheel deed me bij het bezoek sterk denken aan het Schindlerhuis in Los Angeles. Maar misschien het meest bijgebleven is de badkamer waar naast spaanplaten kastjes en een donkerhouten aanrecht vooral de wastafel en het ascetische bad in het oog springen. Wastafel en bad zijn rechthoekige betonnen bakken, geheel betegeld met okergele dubbelhard gebakken tegels. Niet gemaakt voor een uurtje comfortabel liggen!

Het is de zorgvuldigheid en volledigheid die een dergelijk huis een grote samenhang en kwaliteit geven. Met eenvoudige – om niet te zeggen inferieure - materialen is een enorme ruimtelijkheid geschapen. Er is geen enkele sprake van nostalgie als ik zeg dat een dergelijk goed ontworpen huis het verdient bewaard te blijven. Waarbij het een uitdaging is het weerbarstige (bad) en het inflexibele (zitkuil) in te passen in een hedendaagse levensstijl. Maar helaas leven we in een tijd waarin alles wat niet een monumentale status aan willekeur en middelmatigheid wordt vrijgegeven. Of dit gebouw de 50 jaar ongeschonden zal halen is dus maar de vraag.

 

Hans Vlaardingerbroek, restauratiearchitect