Trippenhuis, Amsterdam
Trippenhuis, Amsterdam

Gesignaleerd

Kunsthandel Inez Stodel

01-04-2008

In hetzelfde jaar dat Jaap Bakema werkte aan het Pampusplan, een uitbreiding voor 350.000 inwoners aan de oostkant van Amsterdam, realiseerde hij op nummer 65 van de Nieuwe Spiegelstraat het interieur van Kunsthandel Inez Stodel. Terwijl hij aan de ene kant hectares ontwierp, was hij hier bezig op een paar vierkante meter. De flair van het grote gebaar die zo kenmerkend is voor veel werk van het bureau Van den Broek en Bakema zijn hier vervangen door subtiele eenvoud.

Is het interieur door zijn beperkte omvang al vermeldenswaardig binnen het oeuvre van Bakema, even bijzonder is dat het nog altijd in gave staat is. Dit dankzij Inez Stodel, die hier sinds mei 1964 haar kunsthandel drijft, in wat in eerste instantie het filiaal was van de kunsthandel van haar vader, Stodel en Goudsmit in Rotterdam, waarvoor Van den Broek en Bakema in 1960 al de verbouwing hadden gedaan.

In al die jaren is er aan Kunsthandel Inez Stodel weinig veranderd. Er zijn achterin de ruimte een L-vormig bureautje en een boekenkast gemaakt en het plafond, dat oorspronkelijk wit was, is donkerbruin geschilderd, maar verder is nagenoeg alles zoals het was, tot en met het rauhfaserbehang aan toe.

Het interieur is ruimtelijk niet spectaculair, daarvoor ontbreekt de ruimte. De voornaamste ingreep is geweest om een lange zijde en de achterwand op te dikken en te voorzien van daarin opgenomen vitrines, waarin verlichting is verwerkt. Onder de vitrines zijn kasten met dubbele deuren. Verder is in het achterste gedeelte een plafond van doorschijnend plexiglas gemaakt.

Het interieur wordt nu bedreigd, omdat de fundering van het pand - en die van de buren links en rechts - moet worden aangepakt. Als dat op de gebruikelijke manier zou gebeuren, binnendoor, zal het interieur sneuvelen, en indien het al mogelijk zou zijn om het daarna weer te reconstrueren - er zijn geen tekeningen bewaard gebleven in het archief van Van den Broek en Bakema - dan zal het niet lukken om het patina dat dit moderne interieur na ruim veertig jaar heeft gekregen, terug te brengen. De enige redding voor het interieur is als de fundering buitenom zal worden hersteld, wat technisch mogelijk lijkt, maar daarvoor moet de straat worden opengebroken, en het is niet zeker daar toestemming voor komt.

Hans Ibelings, architectuurhistoricus